Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid
- de incidentele conclusie van antwoord
- het pleidooi in het incident en de ter gelegenheid daarvan door [A] overgelegde stukken.
Rechtbank Overijssel
In dit incident stond de vraag centraal of de algemene voorwaarden van [A], waarin een arbitragebeding is opgenomen, van toepassing zijn op de overeenkomst tussen SOG en [A]. SOG en [A] waren overeengekomen dat [A] productiewerkzaamheden zou verrichten, namelijk het mengen en verpakken van melkpoeder volgens receptuur van SOG.
[A] stelde zich op het standpunt dat haar algemene voorwaarden, waaronder de FENEX-voorwaarden, van toepassing zijn, mede omdat zij in haar facturen en correspondentie naar deze voorwaarden verwees. SOG betwistte dit en stelde dat de voorwaarden niet zijn overeengekomen en ook niet stilzwijgend zijn aanvaard.
De rechtbank overwoog dat tijdens de onderhandelingen en in de Service Level Agreement geen toepasselijkheid van de algemene voorwaarden was overeengekomen. Ook was de verwijzing naar de FENEX-voorwaarden onvoldoende om stilzwijgende aanvaarding te veronderstellen, mede omdat deze voorwaarden niet zien op de productiewerkzaamheden die [A] voor SOG verrichtte. De werkzaamheden vielen buiten het bereik van de FENEX-voorwaarden, die betrekking hebben op expeditie, opslag en logistiek.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de algemene voorwaarden van [A] niet van toepassing zijn op de overeenkomst. De rechtbank verklaarde zich bevoegd om van het geschil kennis te nemen en wees de incidentele vordering van [A] tot onbevoegdverklaring af. [A] werd veroordeeld in de kosten van het incident en hoger beroep werd reeds thans toegestaan.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst de vordering van [A] tot onbevoegdverklaring af.