Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
17 november 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.M. von Barthelden van hetgeen door de verdachte en diens raadsman
mr. M.C. van Linde, advocaat te Groningen, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- het proces-verbaal van bevindingen, weergegeven op pagina 118 tot en met 120 moet worden uitgesloten van het bewijs, omdat niet is voldaan aan de verplichtingen die volgen uit de Salduz-rechtspraak;
- de verklaringen van [slachtoffer] zijn op veel punten niet eenduidig en strijdig met de overige bevindingen in het dossier. De verklaringen van [slachtoffer] zijn derhalve onvoldoende betrouwbaar om op grond daarvan tot een bewezenverklaring te kunnen komen;
- er is onvoldoende bewijs voor (voorwaardelijk) opzet op het doden van [slachtoffer] . Niet uit te sluiten is dat het letsel bij [slachtoffer] onopzettelijk is ontstaan. Uit de stukken blijkt dat het scenario dat [slachtoffer] zichzelf heeft verwond aan het mes bij het wakker worden tot de meest waarschijnlijke scenario’s behoort. Verdachte had slechts de dringende wens zichzelf van het leven te beroven en heeft met dat doel met een mes in zijn hand in bed gelegen. Het is niet uit te sluiten dat verdachte, voordat hij zichzelf wilde doden, zich met het mes over [slachtoffer] heeft heen gebogen om afscheid te nemen, en dat [slachtoffer] op dat moment omhoog is gekomen en zich aan het mes heeft verwond;
- gezien de wijze van ten laste leggen, wordt verdachte niet verweten dat hij door het toedienen van medicatie en/of pijnstillers een zelfstandige poging tot moord/doodslag heeft begaan. Op grond van de bewijsmiddelen is ook onvoldoende vast te stellen dat verdachte [slachtoffer] Oxynorm heeft toegediend, en in ieder geval niet de hoeveelheden waarover [slachtoffer] heeft verklaard. Daarbij kan uit de rapportages van het NFI niet volgen dat de mogelijk door [slachtoffer] ingenomen dosis dodelijk had kunnen zijn;
- het bewijs voor de voorbedachte raad kan uitsluitend worden gehaald uit de verklaringen van [slachtoffer] en de verklaringen van de getuigen waarin zij verklaren over wat ze van [slachtoffer] hebben gehoord. Zoals genoemd moeten de verklaringen van aangeefster onvoldoende betrouwbaar worden geacht om ook op dit punt tot een bewezenverklaring te kunnen komen.
,apotheker-toxicoloog, van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzoek gedaan naar het medicijn Oxynorm. [9] Bloedonderzoek bij [slachtoffer] mocht niet meer baten gelet op het tijdsverloop tussen 12 september 2014 en het moment waarop zij zich bij de politie heeft gemeld. Er is onderzoek gedaan naar bij [slachtoffer] afgenomen haren. De conclusie van het NFI is dat geen sporen van de werkzame stof van Oxynorm in de haren zijn aangetroffen. Bosman heeft overwogen: ‘Dit suggereert dat er geen blootstelling is geweest aan deze stof in de drie maanden voorafgaande aan de haarafname.’ Maar ook: ‘Sommige stoffen worden niet goed opgenomen in haren. De afwezigheid van stoffen in haren sluit incidenteel gebruik daarom niet uit.’
- het bebloede beddengoed en het bebloede nachthemd van [slachtoffer] die in de woning van verdachte zijn aangetroffen passen bij de verklaring van [slachtoffer] dat zij bij het wakker worden aan het bloeden was en dat zij vervolgens heeft geprobeerd onder verdachte uit te komen en zich door het bed heen heeft bewogen;
- de bebloede boxershort, en met name de plek waar de bloedvlek is gesitueerd, past bij de verklaring van [slachtoffer] dat verdachte tegen haar had gezegd dat hij eerst zichzelf met een snijbeweging op zijn been een wond heeft toegebracht om te kijken of het mes scherp genoeg was;
- de verklaring van [getuige 1] sluit op hoofdpunten aan bij de verklaring van [slachtoffer] over het gebeurde op 12 september 2014;
- het feit dat het mes is aangetroffen in de vuilniszak komt overeen met de verklaring van [slachtoffer] , en ook van verdachte zelf, dat verdachte het mes daar in heeft gestopt;
- de aangetroffen strippen en ampullen Oxynorm ondersteunen de verklaring van [slachtoffer] dat verdachte haar heeft verteld dat hij haar Oxynorm had toegediend;
- de verklaring van [getuige 2] dat verdachte tegen haar had gezegd dat hij dacht dat hij door het innemen van de Oxynorm zou komen te overlijden, ondersteunt de verklaring van [slachtoffer] dat verdachte dacht dat door het innemen van de pillen Oxynorm hij zelf, en ook [slachtoffer] , het leven zouden laten.
12 september 2014 samen met [slachtoffer] uit het leven te stappen. Verdachte heeft daartoe Oxynorm 5 mg in huis gehaald en heeft getracht [slachtoffer] een zodanige dosis, in water, te geven dat zij in coma zou raken en zou komen te overlijden. Tussen het moment dat verdachte [slachtoffer] een eerste glas met Oxynorm heeft gegeven en het moment dat [slachtoffer] heeft overgegeven, is de nodige tijd verstreken. Verdachte heeft [slachtoffer] vervolgens nog een glas met Oxynorm gegeven; nog steeds met het doel haar te drogeren. Op het moment dat verdachte heeft gemerkt dat [slachtoffer] als gevolg van de toegediende Oxynorm niet kwam te overlijden, heeft hij een half uur naast haar gelegen met een mes in zijn hand, zich bedenkend hoe hij haar in één keer om het leven zou kunnen brengen. Verdachte heeft daarbij het mes eerst op zijn eigen been uitgeprobeerd om zeker te weten dat dit scherp genoeg was om [slachtoffer] te kunnen verwonden. Vervolgens heeft verdachte met een gecontroleerde snijbeweging een potentieel dodelijke wond ter hoogte van de hals van [slachtoffer] , aangebracht. Gezien deze gang van zaken is de rechtbank van oordeel dat verdachte - in ieder geval - vanaf het moment dat hij [slachtoffer] voor de tweede keer Oxynorm heeft toegediend tot aan het moment dat hij in hals van [slachtoffer] is begonnen te snijden, alle gelegenheid heeft gehad om na te denken en zich rekenschap te geven van zijn voorgenomen besluit dat hij [slachtoffer] van het leven wilde beroven. Van contra-indicaties zoals hiervoor bedoeld is niet gebleken.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder primair bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
schadevergoeding
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] , gemachtigde F.L.A. Noteliers, wonende te [adres] van een bedrag van
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;