Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- de producties 1 tot en met 4 aan de zijde van de vrouw
- de onttrekking van de advocaat van de man
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Overijssel
Partijen hadden een langdurige relatie en woonden samen in een woning die zij gezamenlijk bezaten. Na beëindiging van de relatie in 2013 werd de man bij vonnis bevolen de woning te verlaten en mocht de vrouw een bijdrage in de woonlasten van €250 per maand betalen.
De man legde in 2015 loonbeslag op bij de werkgever van de vrouw om een vordering van €7.250 te verhalen, voortvloeiend uit vermeende achterstallige woonlasten. De vrouw betwistte dit en stelde dat zij haar verplichtingen materieel was nagekomen door betalingen rechtstreeks aan de hypotheekverstrekker te doen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de vrouw formeel niet aan het vonnis voldeed door niet aan de man te betalen, zij materieel wel aan haar verplichtingen had voldaan. Gezien de slechte financiële verhouding tussen partijen was dit redelijk. Het beslag werd daarom onrechtmatig geacht en opgeheven. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het loonbeslag wordt opgeheven omdat de vrouw materieel uitvoering gaf aan het vonnis door betalingen aan de hypotheekverstrekker.