Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
4.De beoordeling
5.De beslissing (zoals uitgesproken op 15 december 2015)
17 december 2015. [1]
Rechtbank Overijssel
Op 11 november 2015 legde de Ontvanger executoriaal beslag op roerende zaken van [gedaagde 2] vanwege een belastingschuld. [eiser] vorderde in kort geding opheffing van het beslag omdat hij stelde eigenaar te zijn van de inboedel, gebaseerd op een koopovereenkomst van 1 juni 2015 waarbij de koopsom uiterlijk 31 december 2015 zou worden voldaan.
De Ontvanger betwistte dit en stelde dat de overdracht van de goederen niet rechtsgeldig was omdat deze diende als zekerheid voor verstrekte leningen, waardoor artikel 3:84 lid 3 BW Pro van toepassing is. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen geldige titel voor overdracht was, mede omdat sprake was van bezitloos pandrecht zonder vereiste authentieke of geregistreerde akte.
Ook bleek uit de overeenkomst dat levering en eigendomsoverdracht pas uiterlijk op 1 januari 2017 zouden plaatsvinden, en dat de goederen in bruikleen waren gegeven. Hierdoor was onvoldoende aannemelijk dat er een juridische levering had plaatsgevonden. De vordering van [eiser] werd daarom afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het executoriaal beslag wordt afgewezen wegens ontbreken van een geldige eigendomsoverdracht.