ECLI:NL:RBOVE:2015:5739
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging onderhoudsverplichting wegens onvoldoende bewijs samenwoning
Partijen zijn gehuwd geweest en gescheiden bij beschikking van 24 juli 2014. De man is verplicht een maandelijkse bijdrage te betalen aan de vrouw voor haar levensonderhoud. De man verzoekt de rechtbank deze bijdrage te beëindigen of te verlagen vanaf het moment dat de vrouw zou zijn gaan samenwonen met een nieuwe partner.
De man baseert zijn verzoek op berichten op Facebook en andere aanwijzingen dat de vrouw en haar nieuwe partner een gezamenlijke huishouding voeren, waaronder het dragen van verlovingsringen en het samenwonen. De vrouw betwist dit en stelt dat zij niet samenwoont met haar partner, dat zij een affectieve relatie hebben maar geen gemeenschappelijke huishouding voeren, en dat zij een Ziektewetuitkering ontvangt vanwege haar gezondheidstoestand.
De rechtbank overweegt dat voor het beëindigen van de onderhoudsverplichting moet worden voldaan aan de restrictieve criteria van artikel 1:160 BW Pro, waaronder het voeren van een gezamenlijke huishouding en wederzijdse verzorging. De Facebookberichten zijn onvoldoende bewijs voor samenwoning als waren zij gehuwd. Ook de vrouw heeft voldoende gemotiveerd betwist dat sprake is van een gezamenlijke huishouding. Gezien de omstandigheden en het ontbreken van voldoende bewijs wijst de rechtbank het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de onderhoudsverplichting wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van samenwoning.