Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
11 juni 2014, in de gemeente Veenendaal en/of in de gemeente IJsselstein en/of te Hoofddorp in de gemeente Haarlemmermeer en/of te Nieuw Vennep in de gemeente Haarlemmermeer en/of te Maarssen in de gemeente Stichtse Vecht en/of in de ggemeente Oegstgeest en/of in de gemeente Leiden en/of te Roelofarendsveen in de gemeente Kaag en Braassem en/of in de gemeente Leiderdorp en/of in de gemeente Apeldoorn en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pin-, geld- en/of betaalautomaat heeft weggenomen de/het hierna te noemen geldbedrag(en), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), en wel:
1.25euro, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan
[slachtoffer 8] ,en/of
1.25euro, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan
[slachtoffer 9] ,en/of
820euro, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan
[slachtoffer 10], en/of
3.398euro, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan
[slachtoffer 11], en/of
3.273euro, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan
[slachtoffer 12], en/of
1.4euro, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan
[slachtoffer 13], en/of
2.125,78euro, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan
[slachtoffer 14], en/of
3.867,98euro, althans enig goed geheel of ten dele toebehorende aan
[slachtoffer 15], en/of
3.1euro, althans enig goed geheel of ten dele toebehorende aan
[slachtoffer 16],
[slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel;
[slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);
[slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);
[slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutels (te weten (te weten door gebruik te maken van een pinpas met bijbehorende code op naam van die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] );
3. De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
1.25euro, toebehorende aan
[slachtoffer 8] ,en
1.25euro, toebehorende aan
[slachtoffer 9] ,en
820euro, toebehorende aan
[slachtoffer 10], en
3.273euro, toebehorende aan
[slachtoffer 12], en
2.084,17euro, toebehorende aan
[slachtoffer 14],
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
[slachtoffer 8]zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal
€ 1.457,50(zegge: veertienhonderdzevenenvijftig euro en vijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 4 februari 2014. De vordering betreft deels materiële (€ 1307,50) en deels immateriële (€ 150,00) schade. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
€ 857,50(zegge: achthonderdzevenenvijftig euro en vijftig eurocent). De vordering betreft materiële schade.
€ 218,38(zegge: tweehonderdachttien euro en achtendertig eurocent). De vordering betreft materiële schade.
[slachtoffer 8]de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens dit slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door het in de dagvaarding met parketnummer 08.955476.14 onder 1 bewezenverklaarde feit is toegebracht.
9.De vordering tenuitvoerlegging
15 januari 2014 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één week toe te wijzen.
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder bewezenverklaarde;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij
- veroordeelt de benadeelde partij tot betaling van de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 8] van een bedrag van
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
[slachtoffer 11]niet-ontvankelijk is in haar vordering;
[slachtoffer 16]niet-ontvankelijk is in haar vordering;
[slachtoffer 1]niet-ontvankelijk is in haar vordering;
tenuitvoerleggingvan de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van 15 januari 2014 (parketnummer 13.202333.13), te weten een
gevangenisstraf voor de duur van één week;