ECLI:NL:RBOVE:2015:5759
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering na faillissement in kort geding
Eiser vordert in kort geding dat wordt vastgesteld dat gedaagde niets meer van hem te vorderen heeft of dat het verschuldigde bedrag wordt vastgesteld met verrekening van reeds betaalde bedragen. Dit naar aanleiding van een eerder vonnis waarin Cantorclin en haar vennoten, waaronder eiser, werden veroordeeld tot loonbetaling aan gedaagde.
Cantorclin werd failliet verklaard en de curator beëindigde de arbeidsovereenkomst met gedaagde. Gedaagde trad vervolgens in dienst bij een andere werkgever. Eiser stelt dat hij niets meer verschuldigd is en dat de resterende vordering reeds is voldaan via een betalingsregeling. Gedaagde betwist dit en vordert doorbetaling van loon tot oktober 2012.
De voorzieningenrechter overweegt dat kort geding niet geschikt is voor declaratoire uitspraken en dat de vordering onvoldoende aannemelijk is om een onmiddellijke voorziening te treffen. Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De loonvordering van eiser wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en ongeschiktheid van kort geding voor declaratoire uitspraak.