De rechtbank Overijssel behandelde een verzoek tot vaststelling van het vaderschap van een kind, waarbij de vrouw stelde dat de man de vader is en een affectieve relatie met haar had. De man weigerde medewerking aan een DNA-onderzoek, ondanks herhaalde verzoeken van de rechtbank en de benoeming van Verilabs als deskundige.
De vrouw voerde aan dat de man haar als vriendin aan zijn familie had voorgesteld en dat zij gedurende acht tot negen maanden een relatie hadden. De man stelde slechts dat zij elkaar twee maanden kenden en ontkende een affectieve relatie. De bijzondere curator benadrukte het belang van het kind bij zekerheid over zijn vaderschap en stelde dat het DNA-onderzoek alsnog zou moeten plaatsvinden.
De rechtbank concludeerde voorshands dat er sprake was van een affectieve relatie en dat de man de vader is, mede vanwege zijn weigering tot medewerking aan het DNA-onderzoek. Toch achtte de rechtbank het in het belang van het kind dat de man alsnog de mogelijkheid krijgt om tegenbewijs te leveren. De zaak werd aangehouden en verwezen naar het familiejournaal van 21 september 2015 voor verdere behandeling.