ECLI:NL:RBOVE:2015:5770
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling nalatenschap en onwaardigheid erfgenaam wegens vervalsing handtekeningen
Partijen zijn broers en erfgenamen van hun ouders, [X] en [Y], en hebben de nalatenschappen zuiver aanvaard. Er bestaat onenigheid over de omvang van de nalatenschap en de verdeling daarvan. [A] vordert betaling van een deel van de nalatenschap, terwijl [B] onder meer stelt dat [A] onwaardig is als erfgenaam wegens vervalsing van een verklaring die zou zijn ondertekend door [X] en [Y].
De rechtbank oordeelt dat het betwiste document van 1 juli 2012 niet voldoet aan de wettelijke eisen om als uiterste wil te gelden en dat de handtekeningen daarop niet authentiek zijn, zoals blijkt uit een forensisch schriftonderzoek. [A] heeft de handtekeningen vervalst, waardoor hij onwaardig is om uit de nalatenschap voordeel te trekken.
De rechtbank wijst de vorderingen van [A] af, behalve de vordering om de omvang van de nalatenschap vast te stellen, die wordt aangehouden. Ook wijst zij de vorderingen van [B] af, waaronder de vordering tot afgifte van een boedelbeschrijving en aanvullende taxatie. De rechtbank verwijst de zaak naar een volgende rolzitting om [B] in de gelegenheid te stellen [C] in het geding te roepen, waarna verdere beslissingen kunnen volgen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de meeste vorderingen af en houdt de beslissing over de omvang van de nalatenschap aan, met verwijzing naar een volgende rolzitting.