ECLI:NL:RBOVE:2015:5806
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling en contactherstel tussen vader en minderjarige onder begeleiding in buitenland
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van de vader om een omgangsregeling met zijn minderjarige kind vast te stellen. De ouders zijn gescheiden en hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag. De minderjarige verblijft hoofdzakelijk bij de moeder, die sinds juni 2013 op een onbekende locatie woont, vermoedelijk in het buitenland. De vader verzocht om omgang één weekend per maand en de helft van de schoolvakanties, maar contactherstel is sinds jaren uitgebleven.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd is omdat de moeder en minderjarige waarschijnlijk nog in Nederland verbleven bij indiening van het verzoek, of anders niet duidelijk was in welk land de procedure had moeten worden gestart. De moeder is niet verschenen, maar het verzoek is behandeld met vertegenwoordiging van de Raad voor de Kinderbescherming.
De rechtbank acht het in het belang van het kind om contact met beide ouders te onderhouden en stelt vast dat het contact onder begeleiding in het land waar de minderjarige verblijft moet plaatsvinden. Indien de minderjarige terugkeert naar Nederland, kan het Project Begeleide Omgangsregeling (BOR) van Humanitas worden ingezet. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank stelt een omgangsregeling vast waarbij het contact tussen vader en minderjarige onder begeleiding in het buitenland wordt opgebouwd.