ECLI:NL:RBOVE:2015:5821

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
27 juli 2015
Publicatiedatum
1 maart 2016
Zaaknummer
4136484 \ EJ VERZ 15-195 (ctb)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:647 BWArt. 7:648 BWArt. 7:670 BWArt. 7:670a BWArt. 7:685 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens reorganisatie met vergoeding aan werknemer

De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen Wegener Media B.V. en de werknemer, een fotojournalist die sinds 1986 in dienst was. Wegener voerde een reorganisatie door waardoor de functie van de werknemer kwam te vervallen. Er was geen passende functie binnen het bedrijf beschikbaar voor de werknemer.

De werknemer handhaafde zijn primaire verweer niet langer, waardoor de kantonrechter kon vaststellen dat de ontbinding billijk was. Partijen waren het eens dat de werknemer geen verwijt viel te maken omtrent de gewijzigde omstandigheden. Daarom werd een vergoeding toegekend aan de werknemer, conform het aanbod van Wegener.

De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 augustus 2015 en de werknemer kreeg een bruto vergoeding van € 79.171,51 toegewezen. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 augustus 2015 met toekenning van een bruto vergoeding van € 79.171,51 aan de werknemer.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 4136484 \ EJ VERZ 15-195 (ctb)

Beschikking d.d. 27 juli 2015 in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Wegener Media B.V.

statutair gevestigd te Apeldoorn
verzoekende partij
hierna te noemen: Wegener
gemachtigde: Wegener Media B.V. afdeling Juridische Zaken te Apeldoorn
tegen

[verweerder]

wonende te [woonplaats]
verwerende partij
hierna te noemen: [verweerder]
gemachtigde: mr. J.C. Dingeldein
advocaat te Enschede
Gezien het op 20 mei 2015 ter griffie van dit gerecht binnengekomen verzoekschrift strekkende tot ontbinding ex artikel 7:685 van Pro het Burgerlijk Wetboek van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.
Gezien het ingekomen verweerschrift en de overige op het geding betrekking hebbende stukken.
Partijen hebben afgezien van een mondelinge behandeling van het verzoek.

Overweegt:

Gebleken is dat het verzoek geen verband houdt met de opzegverboden genoemd in de artikelen 7:647, 7:648, 7:670 en 7:670a B.W. of enig ander verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst.
Tussen partijen staat onweersproken vast dat [verweerder] , geboren op [geboortedatum] 1965, sedert
1 januari 1986 in dienst is van Wegener laatstelijk in de functie van Fotojournalist plus tegen een salaris van thans € 3.440,42 bruto per maand, exclusief toeslagen en emolumenten.
Uit het feit dat namens [verweerder] is afgezien van een mondelinge behandeling moet de kantonrechter afleiden dat [verweerder] thans het primaire verweer niet langer wenst te handhaven.
Op grond van hetgeen door partijen over en weer is aangevoerd blijkt naar het oordeel van de kantonrechter voldoende dat Wegener een reorganisatie heeft doorgevoerd, welke heeft geleid tot het vervallen van de functie van [verweerder] , terwijl elders in het bedrijf, ondanks onderzoek daartoe geen passende functie voor [verweerder] beschikbaar is.
Derhalve is sprake van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve behoort te worden ontbonden.
Nu partijen het erover eens zijn dat [verweerder] van de gewijzigde omstandigheden geen verwijt valt te maken komt het de kantonrechter dan ook billijk voor om [verweerder] de hiernavolgende vergoeding toe te kennen, overeenkomstig het aanbod van Wegener.
Gelet hierop kan Wegener geacht worden afstand te hebben gedaan van haar bevoegdheid tot intrekking van het verzoek.
De kantonrechter acht termen aanwezig de kosten van deze procedure te compenseren.

Beschikt:

Ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2015.
Kent aan [verweerder] ten laste van Wegener een vergoeding toe van € 79.171,51 bruto en veroordeelt mitsdien Wegener tot betaling van dit bedrag aan [verweerder] .
Compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Aldus gegeven en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juli 2015 door
mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.