Uitspraak
[B] ,
[C / belanghebbende sub 1]
1.[C / belanghebbende sub 1] ,
BUREAU BEHEER LANDBOUWGRONDEN,
[belanghebbende sub 3] ,
[belanghebbende sub 4] ,
[belanghebbende sub 5] ,
STICHTING TWICKEL,
Rechtbank Overijssel
De maatschap heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Uitvoeringcommissie Enter (UC) tot vaststelling van het ruilplan voor het deelgebied Deldenerbroek, stellende dat de toedeling van gronden niet voldoet aan de uitgangspunten van de herverkaveling en dat zij ten onrechte wordt benadeeld ten opzichte van andere belanghebbenden.
De rechtbank heeft het standpunt van de maatschap getoetst aan de wettelijke kaders en uitgangspunten van de Wet inrichting Landelijk Gebied (Wilg). De rechtbank oordeelt dat de UC haar bevoegdheid niet heeft overschreden en dat het ruilplan een redelijke belangenafweging bevat. De maatschap heeft onvoldoende onderbouwd dat haar toedeling in strijd is met de richtlijnen of dat sprake is van een onredelijk resultaat.
De rechtbank wijst ook het beroep af dat de maatschap een voorkeurspositie zou hebben op grond van randvoorwaarden bij EHS-aankopen en acht de door haar voorgestelde alternatieve toedelingsvoorstellen niet geschikt om het ruilplan te wijzigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de maatschap wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de maatschap tegen het ruilplan is ongegrond verklaard en zij is veroordeeld in de proceskosten.