Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het procesverloop
- de dagvaarding met 3 producties;
- 6 producties aan de zijde van [B];
- de mondelinge behandeling op 23 januari 2015.
Rechtbank Overijssel
In deze kortgedingprocedure vordert [A] een straat- en contactverbod tegen [B], haar voormalige partner, om haar woonomgeving te beschermen en rust te waarborgen. [B] verzoekt in reconventie een verbod voor [A] om zich bij zijn woonadres te begeven. Beide partijen zijn het eens dat zij elkaar niet meer op hun woonadressen zullen bezoeken, maar verschillen van mening over het gebied rondom het woonadres van [A].
De voorzieningenrechter weegt het belang van [A] om rust te hebben in haar directe woonomgeving zwaarder dan het belang van [B] om zich vrij te bewegen in het betreffende gebied. Het contactverbod wordt eveneens toegewezen omdat [B] dit niet gemotiveerd heeft bestreden. Beide verboden worden vanwege proportionaliteit beperkt tot zes maanden na betekening van het vonnis.
De dwangsommen worden vastgesteld op €250 per dag met een maximum van €5.000. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en kan met behulp van de sterke arm worden uitgevoerd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter legt een straat- en contactverbod op aan [B] voor zes maanden met dwangsommen en uitvoerbaarheid bij voorraad.