ECLI:NL:RBOVE:2016:1001
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring officier van justitie in ontbindingsvordering wegens schikking
De officier van justitie vorderde een bedrag van €673.015 als wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde, met toepassing van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De zaak werd behandeld op 7 december 2009 en 14 maart 2016, waarbij de veroordeelde niet aanwezig was maar zijn raadsman wel.
Tijdens de zitting van 14 maart 2016 wijzigde de officier van justitie haar vordering en verzocht de rechtbank om niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de veroordeelde aan de voorwaarden van een eerder getroffen schikking had voldaan. Volgens artikel 578a van het Wetboek van Strafvordering leidt het voldoen aan de schikking tot het einde van de zaak van rechtswege.
De rechtbank concludeerde dat de zaak hierdoor geëindigd was en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel te Almelo op 14 maart 2016.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk omdat de veroordeelde aan de schikking heeft voldaan.