Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[betrokkene]
Wim van der Noordt
[woonplaats]
Rechtbank Overijssel
Betrokkene kreeg een bestuurlijke sanctie opgelegd wegens het niet verzekeren van een bromfiets. Tegen deze sanctie stelde zij administratief beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens diende betrokkene via e-mail een beroepschrift in bij het CVOM, dat werd doorgestuurd naar de rechtbank. De kantonrechter stelde vast dat de e-mail niet voldeed aan het schriftelijkheidsvereiste en de ondertekeningsplicht volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
Hoewel de e-mail tijdig werd verzonden, was de beroepstermijn bij ontvangst door de rechtbank al verlopen. De kantonrechter bood betrokkene de mogelijkheid om het verzuim te herstellen door een ondertekend beroepschrift in te dienen, maar hiervan werd geen gebruik gemaakt. De kantonrechter oordeelde dat de stilzwijgende acceptatie en doorzending van het e-mailbericht door het CVOM niet van invloed is op de ontvankelijkheid van het beroep.
De kantonrechter concludeerde dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van een rechtsgeldig ingediend beroepschrift. De beslissing werd uitgesproken tijdens een openbare zitting op 10 maart 2016 te Enschede.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ondertekend en tijdig ingediend beroepschrift.