Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De vordering van de officier van justitie
4.De voorvragen
5.De beoordeling van het bewijs
‘De passagier lijkt wel op [betrokkene 1] . Dat is de vriend van [betrokkene 2] .’kan weliswaar belastend worden uitgelegd voor de verdachte, maar dit leidt niet tot het ondubbelzinnig wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Evenals de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank dan ook van oordeel dat het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank zal de verdachte hiervan dan ook vrijspreken.