ECLI:NL:RBOVE:2016:1700
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.W.M. Hendriks
- H. Stam
- L.T. Vogel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs afpersing en witwassen ondanks verdenking
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van afpersing en witwassen in de periode mei tot augustus 2015. Verdachte zou samen met een ander slachtoffer hebben gedwongen tot afgifte van geld door geweld en bedreiging, en daarnaast geld en goederen hebben gebruikt waarvan zij redelijkerwijs moest vermoeden dat deze uit misdrijf afkomstig waren.
Tijdens de terechtzitting op 3 mei 2016 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging besproken. De officier van justitie vond onvoldoende bewijs voor afpersing en primair witwassen, maar wilde een werkstraf opleggen voor het meer subsidiair witwassen. De verdediging stelde dat verdachte geen wetenschap had van criminele activiteiten van haar partner en dat zij zich niet schuldig had gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan afpersing of het primair en subsidiair witwassen. Hoewel verdachte goederen en geld ontving van haar partner die mogelijk uit criminele activiteiten kwamen, was onvoldoende vastgesteld dat zij dit wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden. Verdachte werd daarom vrijgesproken van alle tenlasteleggingen.
De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel op 17 mei 2016.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van afpersing en witwassen.