Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota met bijlagen van [gedaagde 1] c.s..
2.De feiten
3.De beoordeling van het geschil
816,00
Rechtbank Overijssel
De curator in het faillissement van een gefailleerde vordert opheffing van een executoriaal derdenbeslag dat is gelegd op zijn bankrekening. Het beslag is gelegd op verzoek van een partij die een dwangsom vordert die is opgelegd aan de gefailleerde in een eerdere kort geding procedure. De curator stelt dat hij geen partij was in die procedure en dat het arrest niet tegen hem kan worden uitgevoerd.
De rechtbank oordeelt dat het arrest van het gerechtshof alleen een betalingsverplichting van de gefailleerde inhoudt en niet van de curator. De dwangsommen zijn persoonsgebonden en kunnen niet op de faillissementsboedel worden verhaald. Bovendien beschermt artikel 611e Rv de faillissementsboedel tegen verbeurdverklaring van dwangsommen.
Daarom wordt het beslag opgeheven en worden de kosten van de procedure aan de beslagleggers opgelegd. Het vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek en op 13 mei 2016 uitgesproken.
Uitkomst: Het executoriaal derdenbeslag wordt opgeheven omdat de curator geen partij was in de procedure die aan het arrest ten grondslag lag.