ECLI:NL:RBOVE:2016:2122
Rechtbank Overijssel
- Mondelinge uitspraak
- P.H. Banda
- G.J.M. Vijftigschild
- S.H. Peper
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk na overlijden zorgvrager in Wmo 2015 zaak
De rechtbank Overijssel behandelde een bestuursrechtelijke zaak waarin de erven van een overleden zorgvrager beroep instelden tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zwolle. Het oorspronkelijke besluit kende huishoudelijke ondersteuning toe op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Na het overlijden van de betrokkene zetten de erven het beroep voort.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar van de betrokkene tegen het primaire besluit terecht ontvankelijk was, ondanks dat het ondersteuningsplan pas in de bezwaarfase werd opgesteld. Dit maakte het bezwaar prematuur, maar verschoonbaar te vroeg ingediend.
Echter, de rechtbank stelde vast dat de erven geen procesbelang hadden bij het beroep, omdat zorgverlening uitsluitend aan de overleden betrokkene kan worden toegekend en zorg met terugwerkende kracht niet mogelijk is. Ook de door de erven gestelde schade wegens mantelzorg door familieleden was niet aantoonbaar als betaalde zorg. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van de erven is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na het overlijden van de zorgvrager.