ECLI:NL:RBOVE:2016:2279
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring OM wegens schending procesorde bij valsheid in geschrifte
Verdachte werd verdacht van meervoudige valsheid in geschrifte met betrekking tot diverse facturen tussen 2003 en 2007. Tijdens de terechtzitting van 6 juni 2016 requereerde de officier van justitie niet-ontvankelijkverklaring omdat een afdoeningsovereenkomst met de verdediging was bereikt, bestaande uit een voorwaardelijke geldboete.
De rechtbank overwoog dat het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat na aanvang van de terechtzitting de officier van justitie niet meer kan afzien van vervolging zonder tussenkomst van de rechter. Door na de aanvang van de zitting een afdoeningsovereenkomst te sluiten en niet-ontvankelijkheid te vorderen, heeft het OM gehandeld in strijd met de procesorde en de onafhankelijkheid van de rechter geschonden.
Desondanks weegt de rechtbank mee dat verdachte op grond van de toezegging van het OM gerechtvaardigd vertrouwen had dat zij niet verder vervolgd zou worden, wat ertoe leidde dat verdachte en haar raadsman niet verschenen op de zitting. Gezien deze omstandigheden verklaart de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging, ondanks de verstoring van de rechtsorde.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens schending van de procesorde.