ECLI:NL:RBOVE:2016:2292
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.C.S. Koppes
- G.J. Stoové
- E.J.M. Bos
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs medeplegen doodslag Enschede
In de zaak van de officier van justitie tegen een 23-jarige verdachte werd zij beschuldigd van medeplegen van moord op een 25-jarige man uit Enschede, die in de nacht van 26 op 27 september 2014 werd neergestoken. De aanleiding was een ruzie over de omgangsregeling van het dochtertje van het slachtoffer en de verdachte. De rechtbank stelde vast dat de verdachte niet aanwezig was bij de daadwerkelijke steekpartij en geen wezenlijke bijdrage had geleverd aan het delict.
De rechtbank onderzocht uitgebreid het bewijs, waaronder sms-berichten, getuigenverklaringen en DNA-sporen op kleding en voorwerpen die werden aangetroffen. Hoewel verdachte handelingen had verricht die mogelijk verband hielden met het delict, zoals het aanschaffen van kleding en messen en reizen naar Enschede, vond de rechtbank deze onvoldoende om haar als medepleger aan te merken. Er was geen bewijs dat zonder deze handelingen het delict niet zou hebben plaatsgevonden.
De rechtbank verwierp ook de medeplichtigheidsaandachtspunten, omdat verdachte niet betrokken was bij de feitelijke uitvoering en haar handelingen onvoldoende bijdroegen aan het plegen van het misdrijf. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding vanwege de vrijspraak. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen doodslag.