Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Politie
[politieambtenaar]
hierna te noemen: gemachtigde
Rechtbank Overijssel
Een politieambtenaar heeft beroep ingesteld tegen een aan de politie opgelegde sanctie wegens een snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom met 6 km/h. Het voertuig stond geregistreerd op naam van de politie en de sanctie werd ingehouden op het salaris van de politieambtenaar, die als gebruiker stond geregistreerd.
De kantonrechter oordeelde dat de politieambtenaar voldoende gemachtigd was om namens de politie op te treden, ondanks het ontbreken van een formele schriftelijke machtiging. De aangevoerde grond dat de flitscamera niet tijdig was geschouwd, werd verworpen omdat hiervoor geen wettelijke verplichting bestaat.
Op grond van artikel 147 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 en de ministeriële beschikking is de politie vrijgesteld van de bepalingen van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) voor zover het gebruik van het voertuig plaatsvindt in het kader van de uitvoering van de politietaak.
Aangezien het kenteken op naam van de politie stond en het gebruik uitsluitend in dienst van de politie was, viel de gedraging onder deze vrijstelling. De sanctie mocht daarom niet worden opgelegd. Het beroep werd gegrond verklaard en de sanctie vernietigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de sanctie wegens snelheidsovertreding van een politievoertuig wordt gegrond verklaard en de sanctie vernietigd wegens vrijstelling op grond van artikel 147 WVW 1994.