ECLI:NL:RBOVE:2016:2725
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs medeplegen afpersing
De rechtbank Overijssel behandelde een zaak waarin een 26-jarige verdachte werd verdacht van medeplegen van afpersing van een man uit IJsselmuiden. De afpersing betrof een dwang tot betaling van 20.000 euro onder dreiging van geweld door leden van een motorclub. De verdachte zou hebben geholpen bij het faciliteren van seksafspraken en het beschikbaar stellen van zijn woning, maar er was onvoldoende bewijs voor directe betrokkenheid bij de afpersing.
Tijdens de openbare terechtzitting op 5 juli 2016 werd vastgesteld dat de officier van justitie ontvankelijk was in de vervolging en dat de dagvaarding geldig was. De verdediging voerde aan dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat de verdachte als medepleger had gehandeld. De rechtbank concludeerde dat de verdachte weliswaar had geholpen, maar niet schuldig was aan medeplegen van afpersing of poging daartoe.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van ruim 9.200 euro, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank sprak de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Een andere verdachte werd wel veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf en een schadevergoeding.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen afpersing.