Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding met de producties 1 tot en met 16
- het herstelexploot
- de productie 17 van [J]
- de producties 1 tot en met 10 van [V]
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [J]
- de pleitnota van [V] .
Rechtbank Overijssel
In deze zaak tussen broer en zus staat een executiegeschil centraal naar aanleiding van een arbitraal vonnis waarbij de vorderingen van de zus zijn afgewezen, maar de broer veroordeeld is tot betaling van kosten. De broer had het bedrag van ruim €51.800 overgemaakt naar de derdengeldrekening van de advocaat van de broer, met de afspraak dat dit bedrag bestemd was voor de zus en later zou worden doorbetaald.
De zus legde echter conservatoir beslag op dit bedrag bij de stichting die de derdengelden beheert, vanwege een geschil met haar eigen advocaat over declaraties. Hierdoor kon het bedrag niet worden doorbetaald. De broer vorderde in kort geding dat de zus de executie van het arbitraal vonnis zou staken en dat zij het ten onrechte geïncasseerde bedrag zou terugbetalen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de executie van het arbitraal vonnis misbruik van bevoegdheid was omdat de broer het bedrag reeds had betaald conform afspraken, maar de beslaglegging dit blokkeerde. De vordering tot staking van executie werd toegewezen met een dwangsom bij niet-naleving. De vordering tot betaling van het geïncasseerde bedrag werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de zus tot staking van de executie van het arbitraal vonnis en legt een dwangsom op bij niet-naleving.