ECLI:NL:RBOVE:2016:3082
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens onbehoorlijk bestuur en onttrekking vermogen voorafgaand aan faillissement
De rechtbank Overijssel behandelde een zaak waarin de curator van een failliete BV bestuurders aansprakelijk stelde wegens onbehoorlijk bestuur en onttrekking van activa voorafgaand aan het faillissement. De BV was in december 2013 failliet verklaard nadat de bestuurders activa en debiteurenportefeuille aan de moedermaatschappij hadden overgedragen, waardoor het vermogen van de vennootschap was onttrokken.
De curator stelde dat de bestuurders hun taak kennelijk onbehoorlijk hadden vervuld ex artikel 2:248 BW Pro en dat deze handelwijze een belangrijke oorzaak was van het faillissement. Tevens werd een beroep gedaan op onrechtmatige daad en faillissementspauliana. De bestuurders voerden verweer dat de overdracht noodzakelijk was om een krediet af te lossen en dat het faillissement onvermijdelijk was door slechte bedrijfsresultaten.
De rechtbank oordeelde dat de bestuurders met voorbedachte rade het vermogen van de vennootschap hadden onttrokken, waardoor geen verhaal meer mogelijk was voor schuldeisers. De boekhoudplicht was geschonden door manipulatie van de administratie en de overdracht was een belangrijke oorzaak van het faillissement. Het beroep op faillissementspauliana werd afgewezen vanwege het pandrecht van de Rabobank op de activa.
De rechtbank veroordeelde de bestuurders hoofdelijk tot betaling van de schulden van de vennootschap voor zover deze niet konden worden voldaan, inclusief een voorschot van €75.000 en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in het faillissement en veroordeeld tot betaling van een voorschot van €75.000 en proceskosten.