Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de vrijwillige verschijning van partijen
- de conclusie van eis
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Overijssel
Eiser huurde een woning van gedaagde en liep een huurachterstand van vijf maanden op. Gedaagde liet de huurovereenkomst ontbinden en vorderde ontruiming, waarop eiser werd veroordeeld bij verstekvonnis. De ontruiming stond gepland voor 10 augustus 2016. Eiser verzocht in kort geding om schorsing van de ontruiming omdat hij nog een bedrag van circa €3.000 van het UWV zou ontvangen om de achterstand af te betalen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het vonnis tot ontruiming niet op een juridische of feitelijke misslag berust en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een noodtoestand is ontstaan die onmiddellijke ontruiming onaanvaardbaar maakt. De brief van het UWV toonde aan dat het bedrag zou worden verrekend met een vordering van het UWV, waardoor eiser geen geld beschikbaar krijgt om de huur te voldoen.
Daarom werd het verzoek tot schorsing afgewezen en werd eiser veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 10 augustus 2016 uitgesproken.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de ontruiming wegens huurachterstand wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.