Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- de producties 1 tot en met 8 aan de zijde van de vader
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van de vader.
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een geschil tussen een vader en zijn meerderjarige dochter over het opleggen van een contact- en locatieverbod. De dochter vordert een verbod voor haar vader om contact met haar, haar partner en haar netwerk te zoeken en zich te bevinden in de straten waar zij woont, naar school gaat en waar haar moeder woont. De vader betwist het spoedeisend belang en stelt dat hij de wensen van zijn dochter respecteert sinds een incident op 12 juni 2016.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is vanwege de ernst van het incident en de angst van de dochter dat haar vader zijn gedrag zal herhalen. De rechter weegt dat het contact- en locatieverbod een zware inbreuk is op de bewegingsvrijheid, maar dat de feiten en omstandigheden deze maatregel rechtvaardigen. De vader erkent dat hij in zijn poging zijn dochter te beschermen is doorgeschoten en heeft sinds het incident geen contact meer gezocht.
Gezien de gespannen verhoudingen en de angst van de dochter wordt het straatverbod toegewezen voor zes maanden. Het contactverbod wordt deels toegewezen, waarbij contact met het netwerk wordt afgewezen vanwege uitvoerbaarheid. De dwangsom en inschakeling van politie worden afgewezen. De kosten worden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het straat- en contactverbod toe voor zes maanden met kostencompensatie tussen partijen.