ECLI:NL:RBOVE:2016:3299

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
26 augustus 2016
Publicatiedatum
26 augustus 2016
Zaaknummer
08/190547 / KG RK 16-627
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden wrakingskamer rechtbank Overijssel

Verzoeker heeft op 22 augustus 2016 tijdens de zitting van de wrakingskamer een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter en leden van de wrakingskamer van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle. Het verzoek richtte zich tegen mrs. A.E. Zweers, G. van Eerden en G.G. Vermeulen, met als grond dat verzoeker meent geen eerlijk proces te kunnen krijgen bij deze rechtbank en dat er sprake zou zijn van vooringenomenheid.

De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat verzoeker onvoldoende concrete feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Ook het verzoek om geluids- en beeldopnamen werd afgewezen omdat deze faciliteiten alleen beschikbaar zijn voor geregistreerde persleden bij openbare zittingen.

Verder oordeelde de wrakingskamer dat het feit dat alle leden werkzaam zijn bij dezelfde rechtbank en dat twee leden eerder een negatief wrakingsverzoek van verzoeker hadden behandeld, geen reden tot wraking is. Verzoeker heeft ook niet toegelicht welke stukken ontbreken en waarom dit zou leiden tot een gebrek aan onpartijdigheid.

Gezien de tijdsdruk rond een OTS-maatregel en het feit dat het wrakingsverzoek wordt gebruikt om de procedure te frustreren, is het verzoek afgewezen en is bepaald dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK OVERIJSSEL

Wrakingskamer
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer / rekestnummer: 08/190547 / KG RK 16-627
Beslissing van 23 augustus 2016
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker tot wraking,
procederend in persoon.
welk verzoek strekt tot wraking van mrs. A.E. Zweers, voorzitter, G. van Eerden, G.G. Vermeulen, leden van de wrakingskamer.

1.De procedure

1.1.
Op 22 augustus 2016 heeft verzoeker ter terechtzitting van de wrakingskamer de wraking van de leden van deze kamer verzocht. Het verzoek is opgenomen in het proces-verbaal van deze terechtzitting.
1.2.
Bij schrijven van 22 augustus 2016 heeft mr. A.E. Zweers, voorzitter van de wrakingskamer, mede namens de beide leden van deze kamer medegedeeld niet in de wraking te berusten.

2.De beoordeling

2.1.
Blijkens het proces-verbaal van de behandeling van de zitting heeft verzoeker nadat hij heeft verklaard dat hij een aantal voorvragen heeft, namelijk dat hij wil dat er geluids- en beeldopnames worden gemaakt en dat de rechtbank hiervoor faciliteiten biedt, meegedeeld dat hij de rechtbank en de leden van de wrakingskamer wraakt. Verzoeker legt blijkens het proces-verbaal hieraan het volgende ten grondslag:

Verzoeker deelt mee dat hij de rechtbank en de leden van de wrakingskamer wraakt. Verzoeker legt hieraan ten grondslag dat hij bij deze rechtbank geen kans heeft op een eerlijk proces. De sectorvoorzitter mr. Van Houten, heeft hem in 2014 of 2015 uitgenodigd voor een gesprek en daarin heeft mr. Van Houten hem aangegeven dat “hij dit toch niet kan veranderen”.
Alle leden van de wrakingskamer zijn werkzaam bij de rechtbank Overijssel, locatie Almelo.
Twee leden van de wrakingskamer zijn betrokken geweest bij (een) eerder(e) wrakingsverzoek(en) van hem. In het verzoek strekkende tot wraking van mr. Flos heeft de wrakingskamer geoordeeld dat de rechter zelf bepaalt wanneer hij zich voldoende voorgelicht acht.
Verzoeker stelt voorts dat hij niet over alle stukken beschikt.
Op grond van het voorgaande ziet verzoeker zich genoodzaakt om een wrakingsverzoek in te dienen.
2.2.
Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. De vrees dat dit het geval zal zijn, dient objectief gerechtvaardigd te zijn. Dat betekent dat sprake moet zijn van concrete feiten en omstandigheden waaruit objectief de vrees voor partijdigheid van de rechter kan worden afgeleid. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien - geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak - de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn.
2.3.
Naar het oordeel van de wrakingskamer mag van de verzoeker tot wraking worden verwacht dat hij in het verzoek motiveert waarom hij meent dat de behandelend rechters vooringenomen zijn of hem, verzoeker, een eerlijk proces onthouden. Verzoeker heeft evenwel op geen enkele wijze geconcretiseerd waarom hij meent dat de drie rechters die op maandag 22 augustus 2016 waren belast met de behandeling van zijn verzoek tot wraking van mr. Elferink vooringenomen zijn of anderszins niet onpartijdig zijn.
2.4.
Voor zover hij het vermeende gebrek aan onpartijdigheid zou willen baseren op het ontbreken van faciliteiten om beeld- en geluidsopnamen van de zitting te maken, oordeelt de wrakingskamer dat deze faciliteiten slechts ter beschikking staan aan geregistreerde leden van de pers en vanzelfsprekend alleen in de gevallen van een openbare terechtzitting. Deze gebruikelijke gedragslijn wordt in alle gevallen gehandhaafd, ook in het geval van verzoeker. Daaruit kan geenszins enige vorm van vooringenomenheid jegens verzoeker blijken.
2.5.
Voor zover hij het vermeende gebrek aan onpartijdigheid zou willen baseren op het gegeven dat alle leden van de wrakingskamer werkzaam zijn bij de rechtbank Overijssel, heeft te gelden dat de wetgever de behandeling van wrakingsverzoeken heeft opgedragen aan het college waarvan de rechter, wiens wraking is verzocht, deel uitmaakt. Wraking van alle leden van één college is niet toegestaan. Verzoeker heeft nog aangevoerd dat twee leden van de wrakingskamer al eerder hebben beslist op een door hem ingediend wrakingsverzoek. Vaste rechtspraak is evenwel dat het enkele feit dat de rechter in een eerdere procedure een voor een partij negatieve beslissing heeft genomen geen grond tot wraking van deze rechter oplevert.
2.6.
Tot slot heeft verzoeker nog aangevoerd dat hij niet over alle stukken beschikt. Hij heeft niet toegelicht om welke stukken het hier gaat en evenmin duidelijk gemaakt dat het ontbreken van de stukken, waar hij het oog op heeft, moet leiden tot de gevolgtrekking dat de leden van de wrakingskamer het verzoek tot wraking van mr. Elferink niet onpartijdig zullen beoordelen.
2.7.
Het verzoek tot wraking zal worden afgewezen.
2.8.
In deze zaak is sprake van een aanzienlijke tijdsdruk doordat de OTS-maatregel, over de verlenging waarvan mr. Elferink heeft te oordelen, over enkele dagen en wel op 26 augustus 2016 zal aflopen. Het verlengingsverzoek is met het oog op de afloopdatum tijdig ter terechtzitting behandeld op 18 augustus 2016. Het eerste wrakingsverzoek is behandeld op 22 augustus 2016, waarna opnieuw een wrakingsverzoek is gevolgd. Hierboven is geconcludeerd dat in het nieuwe wrakingsverzoek geen feiten of omstandigheden zijn gesteld, waaruit in redelijkheid kan worden afgeleid dat sprake is van partijdigheid of van een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Bij deze stand van zaken moet worden geconcludeerd dat verzoeker het middel van wraking gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven en met name gebruikt om de voortgang in de procedure te frustreren. Dat is misbruik en hierin is de grond gelegen om het nieuwe wrakingsverzoek buiten zitting af te doen. De wrakingskamer bepaalt op de voet van artikel 39, vierde lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat een volgend verzoek tot wraking van de wrakingskamer niet in behandeling wordt genomen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
wijst af het verzoek tot wraking van mrs. Zweers, Van Eerden en Vermeulen, leden van de wrakingskamer belast met de behandeling van het verzoek tot wraking van mr. Elferink;
3.2.
bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van leden van de wrakingskamer in deze zaak niet in behandeling wordt genomen.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.A.O.M. van Aerde, voorzitter, M.H.S. Lebens-de Mug en G.A. Versteeg, leden, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.K. van Haren.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.