Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding met producties
- de aanvullende producties
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Overijssel
Eiseres en gedaagde hebben samen gewoond en een samenlevingsovereenkomst gesloten, waaruit twee minderjarige kinderen zijn geboren. De relatie is op 8 juli 2013 beëindigd. Partijen zijn gezamenlijk eigenaar van een woning en hoofdelijk aansprakelijk voor de hypotheekschuld. Eiseres wenst de woning over te nemen en heeft hiervoor een hypotheekofferte die geldig is tot 15 september 2016. Er is een gezamenlijke schuld bij Freo die nog niet is afgelost.
Er ontstond onenigheid over de levering van het aandeel van gedaagde in de woning. Gedaagde verblijft nog in de woning, terwijl eiseres met de kinderen elders woont. Gedaagde wil pas meewerken aan levering als hij over eigen woonruimte beschikt, maar kan door de gezamenlijke schuld geen hypotheek krijgen voor zijn nieuwe woning.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiseres een spoedeisend belang heeft bij levering vóór 15 september 2016 om extra kosten te voorkomen. Hoewel toewijzing ingrijpende gevolgen voor gedaagde heeft, weegt het belang van eiseres zwaarder. De gevorderde machtiging om zelf te ontruimen wordt afgewezen, omdat ontruiming door een deurwaarder moet gebeuren. De proceskosten worden gecompenseerd. Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan levering, ontruiming en betaling van een dwangsom bij niet-naleving.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan levering van zijn aandeel in de woning en ontruiming, met dwangsom bij niet-naleving.