Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding,
- de door de provincie overgelegde producties A tot en met L,
- de door [eiseres] overgelegde producties 1 tot en met 6,
- de mondelinge behandeling,
- de pleitnota van [eiseres] ,
- de pleitnota van de Provincie.
2.De feiten
3.Het geschil
artikel 1.4 lid 2 Aw 2012 en artikel 2.114 lid 1 Aw 2012;
4.De beoordeling
- in casu: prijs en kwaliteit - wil toekennen. Het staat de aanbestedende dienst dus ook vrij om aan het ene subcriterium (substantieel) meer gewicht toe te kennen dan aan het andere subcriterium. Er is geen (wettelijke) regel die bepaalt welke onderlinge verhouding daarbij in zijn algemeenheid nog acceptabel is. Voorwaarde is wel dat prijs en kwaliteit beide deel uitmaken van het gunningscriterium.
M&I Argitek - waarin aan de hand van diverse berekeningen is geconcludeerd dat er voldoende ruimte is om een lagere kwaliteit met een lagere prijs te compenseren - in voldoende mate onderbouwd dat de aspecten prijs en kwaliteit ieder een rol spelen bij de vergelijkende beoordeling van de inschrijvingen. Dat de Provincie in dat kader, ook vanuit het oogpunt van de risico’s die gepaard (kunnen) gaan met de gladheidsbestrijding, een substantieel gewicht toekent aan het aspect kwaliteit behoort tot de aan de Provincie toekomende ruime bevoegdheid en dat zij daar in het uiterste geval een bedrag van
€ 980.000,-- voor over heeft, is niet onredelijk of onaanvaardbaar te achten. Immers, de hogere prijs wordt gecompenseerd door een betere kwaliteit.