Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoekster] ,
Het procesverloop
De beoordeling
- Belastingdienst, € 23.076,87;
- ING, € 10.982,46;
- ROZ, € 24.278,43.
Rechtbank Overijssel
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Zij heeft een eenmanszaak gedreven die voornamelijk APK-keuringen uitvoerde en is op eigen aangifte failliet verklaard. De schuldenlast bedraagt ruim €72.000, waarvan een groot deel zakelijke schulden betreft.
De rechtbank constateert dat de schulden vooral zijn ontstaan in de periode van 2008 tot het faillissement in 2012, waarbij belastingschulden onbetaald zijn gelaten zonder bezwaar te maken. Verzoekster heeft erkend dat zij de belastingaanslagen niet kon betalen en te lang is doorgegaan met de onderneming, mede om haar echtgenoot werk te bieden.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. Ook het ondernemerschap wordt als onverantwoord beschouwd. Gelet hierop wordt het verzoek afgewezen op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro. Er zijn geen omstandigheden als bedoeld in lid 3 van dat artikel aannemelijk geworden.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw.