Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
WONINGSTICHTING TUBBERGEN,
gevestigd en kantoorhoudende te Tubbergen,
1.[gedaagde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[gedaagde 2],
wonende te [woonplaats] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
€ 229,99
Rechtbank Overijssel
Woningstichting Tubbergen vordert in kort geding de ontruiming van een standplaats en nabije omgeving, wegens niet-betaling van huurpenningen en het veroorzaken van ernstige overlast. De huurder wordt verweten zijn hoofdverblijf niet in het gehuurde te hebben, bedrijfsmatige activiteiten te ontplooien en geluid- en stankoverlast te veroorzaken.
De huurder betwist de vordering en stelt dat de huurachterstand is ontstaan door zijn aanhouding en dat hij maatregelen heeft genomen om overlast te beperken. Ook ontkent hij bedrijfsmatige activiteiten en de omvang van de overlast. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand van ruim drie maanden niet is ingelopen en dat de overlast door meerdere buurtbewoners is bevestigd in notarieel vastgelegde verklaringen.
De kantonrechter wijst de vordering toe, waarbij de huurder binnen acht weken het gehuurde en de naastgelegen standplaats moet ontruimen. De gevorderde contractuele boete wordt afgewezen vanwege onzekerheid over toewijzing in een bodemprocedure. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de lopende huurpenningen, wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen acht weken en betaling van huurachterstand en kosten.