ECLI:NL:RBOVE:2016:4368

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
21 september 2016
Publicatiedatum
14 november 2016
Zaaknummer
Awb 16/1473
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 2:12 WaboArt. 4 Bor
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Brief niet aan te merken als besluit; beroep ongegrond inzake kruimelvergunning

Eiseres Revitel B.V. verzocht het college van burgemeester en wethouders van Kampen om een schriftelijke zienswijze over de mogelijkheid om een bedrijfswoning permanent als burgerwoning te gebruiken. Het college gaf in een brief van 24 november 2015 zijn standpunt weer, waarna het bezwaar van eiseres tegen deze brief niet-ontvankelijk werd verklaard. Eiseres stelde dat de brief wel als besluit moest worden aangemerkt en dat het voor haar onevenredig bezwarend zou zijn om een kruimelvergunning aan te vragen, omdat die aanvraag onnodige kosten zou veroorzaken en vooraf al zou worden afgewezen.

De rechtbank overwoog dat een schriftelijke zienswijze van een bestuursorgaan op een verzoek om een rechtsoordeel in principe niet als een publiekrechtelijke rechtshandeling (besluit) wordt aangemerkt, tenzij het afwachten van een besluit onevenredig bezwarend is. In dit geval was dat niet aannemelijk gemaakt. De brief bevatte geen rechtsgevolg en het standpunt van het college was niet gericht op het creëren van een besluit. Bovendien kon eiseres met professionele hulp een kruimelvergunning aanvragen, wat beperkte kosten met zich meebrengt en relatief snel tot een besluit kan leiden.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij het bezwaar tegen de niet-ontvankelijkverklaring af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Oosterveld op 21 september 2016 te Zwolle.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de brief geen besluit is en het niet onevenredig bezwarend is om een kruimelvergunning aan te vragen.

Uitspraak

,RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 16/1473

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

Revitel B.V., te Kampen, eiseres,
gemachtigde: mr. S. Maakal,
en
het college van burgemeester enwethouders van Kampen, verweerder
gemachtigde: J.L. Bogerd.

Procesverloop

Op 18 augustus 2015 heeft eiseres verweerder verzocht om zijn zienswijze op schrift te zetten met betrekking tot een aantal door eiseres gestelde vragen over de mogelijkheden
om de bedrijfswoning aan de [adres] te Kampen permanent als burgerwoning te (mogen) gebruiken.
Bij brief van 24 november 2015 heeft verweerder zijn standpunt kenbaar gemaakt.
Bij besluit van 20 april 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het tegen dat schrijven gerichte bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2016.
Eiseres is verschenen bij haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres heeft in beroep het standpunt ingenomen dat verweerder ten onrechte
stelt dat het op schrift stellen van zijn standpunt op de door haar gestelde vragen in de brief van 24 november 2015 niet is aan te merken als een publiekrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiseres stelt dat zij er na ambtelijk advies juist voor heeft gekozen om langs deze weg een oordeel van verweerder
te vragen. Eiseres kan zich niet vinden in verweerders standpunt dat het voor haar niet onevenredig bezwaarlijk is om een aanvraag voor een zogenaamde kruimelvergunning
{een aanvraag omgevingsvergunning met afwijking van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2:12, eerste lid, onder a, onder 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) juncto artikel 4, bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor)} in te dienen.
Eiseres stelt dat zo’n aanvraag noopt tot het onnodig maken van kosten, nu op voorhand
vast staat dat verweerder die aanvraag zal afwijzen. Voorts stelt eiseres dat het in verband met een voorgenomen verkoop van de woning als “burgerwoning” gewenst was om op korte termijn duidelijkheid te verkrijgen. Omdat de woning, die leeg stond en staat en vanwege het ontbreken van een bedrijf niet als bedrijfswoning kan worden verkocht, stelt eiseres dat zij belang heeft bij een inhoudelijk oordeel op haar bezwaar. Eiseres stelt dat zij zonder duidelijkheid of de woning als burgerwoning mag worden bewoond, niets met de woning kan beginnen.
2. De rechtbank overweegt als volgt.
Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 14 maart 2012,ECLI:NL:RVS:2012:BV8805), kan, wanneer een bestuursorgaan, los van een aanvraag om vergunning of een handhavingsprocedure, op een daartoe strekkend verzoek een rechtsoordeel geeft over de vraag of voor het verrichten van een bepaalde handeling een vergunning is vereist, dit rechtsoordeel in het algemeen niet als een publiekrechtelijke rechtshandeling in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb worden aangemerkt. Dat kan uitzondering lijden, indien het afwachten van het resultaat van besluitvorming over het treffen van handhavingsmaatregelen wegens het intreden van onomkeerbare gevolgen of anderszins onevenredig bezwarend is.
In hetgeen eiseres in beroep heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat verweerders brief van 24 november 2015 als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb is aan te merken. Het daarin opgenomen standpunt van het college is er niet op gericht om enig rechtsgevolg in het leven te roepen.
De rechtbank ziet in hetgeen van de zijde van eiseres is aangevoerd geen reden om te oordelen dat eiseres aannemelijk heeft gemaakt het voor haar onevenredig bezwarend is
om een zogenaamde kruimelvergunning aan te vragen. Van de hier voor bedoelde uitzonderingsgrond is derhalve geen sprake.
De stelling van eiseres dat zij juist naar aanleiding van een ambtelijk advies voor deze weg heeft gekozen, wat daar ook van zij, maakt dat niet anders. Met de hulp van de door haar ingeschakelde professionele gemachtigde had eiseres een kruimelvergunning kunnen aanvragen. Dit gaat slechts gepaard met beperkte kosten en had op redelijk korte termijn
tot een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb kunnen leiden.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Dat de brief van 24 november 2015 een bezwaarclausule bevatte doet daar niets aan af.
3. Het beroep is ongegrond.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, rechter, in aanwezigheid van
M.W. Hulsman, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.