ECLI:NL:RBOVE:2016:4372
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schuldsanering wegens niet te goeder trouw en onvoldoende saneringsgezindheid
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van de schuldenaar om zijn faillissement op te heffen onder toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De schuldenaar was sinds 24 oktober 2012 failliet en had een aanzienlijke schuld, waaronder een schuld van meer dan € 200.000 aan een schuldeiser die voortvloeide uit een civiele veroordeling wegens misleidende handelspraktijken.
De curator en een schuldeiser stelden dat de schuld niet te goeder trouw was ontstaan, mede omdat de schuldenaar betrokken was bij onrechtmatige handelspraktijken en onvoldoende medewerking had verleend aan het faillissementsonderzoek. De schuldenaar stelde dat hij vrijwilligerswerk verrichtte en bleef solliciteren, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat de schuld niet te goeder trouw was ontstaan, omdat de feiten van misleiding vaststaan en de schuldenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zou nakomen. De rechtbank wees het verzoek daarom af op grond van artikel 288 lid 1 sub b en Pro c van de Faillissementswet.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden en onvoldoende aannemelijkheid van nakoming van verplichtingen.