ECLI:NL:RBOVE:2016:4510
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van de verzoeker tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De verzoeker had een schuld van circa €27.089,45, waaronder een krediet bij Interbank van €21.526,60. Tevens had hij een maandelijkse kinderalimentatieplicht van €287,00. De verzoeker verklaarde dat hij deze alimentatie sinds de scheiding maandelijks betaalt en dat zijn ex-partner in ruil daarvoor kleding en sportuitgaven voor hem bekostigt.
De rechtbank oordeelde dat de kinderalimentatie feitelijk niet ten goede kwam aan de opvoeding van de kinderen, maar aan de bekostiging van luxe goederen voor de verzoeker zelf. Hierdoor bleef inkomen buiten bereik van schuldeisers, wat de verzoeker moet worden aangerekend. Dit leidde tot minder geld voor schuldsanering gedurende het minnelijke traject.
Omdat de verzoeker geen andere omstandigheden had gesteld die zijn goede trouw aannemelijk maakten, concludeerde de rechtbank dat hij niet te goeder trouw was geweest in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Op grond van artikel 288 lid 1 sub b van Pro de Faillissementswet wees de rechtbank het verzoek af.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.C. Bosch tijdens een openbare terechtzitting op 22 maart 2016 te Almelo.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw.