Eiseres had op grond van de Wmo 2015 een indicatie voor huishoudelijke ondersteuning gekregen met als resultaat een 'schoon en leefbaar huis'. Na een herziening werd het aantal uren verlaagd, wat eiseres betwistte vanwege onvoldoende motivatie en het ontbreken van een medisch onderzoek, ondanks haar ernstige longaandoening.
De rechtbank oordeelt dat het college het verplichte onderzoek niet zelf heeft uitgevoerd maar heeft uitbesteed aan de zorgaanbieder zonder mandatering, wat in strijd is met de Awb. Tevens is geen wijziging in de situatie van eiseres gebleken die een verlaging rechtvaardigt.
Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen, waardoor de eerdere indicatie van 3,5 uur huishoudelijke hulp per week herleeft. Het griffierecht wordt aan eiseres vergoed. De periode na 13 februari 2016 blijft buiten beschouwing.