Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoekster] ,
Het procesverloop
De beoordeling
- Belastingdienst € 15.876,00
- Arag Rechtsbijstand € 18.771,20
- Euler Hermes € 28.254,90
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een schuldenlast van €267.029,29, grotendeels veroorzaakt door schulden die zijn ontstaan uit een onderneming die haar ex-partner op haar naam dreef. Tijdens het huwelijk stond zij haar ex-partner toe de onderneming te exploiteren en gaf zij hem volledige beschikking over haar bankrekeningen, pinpas en creditcard, zonder toezicht te houden op de financiën.
De rechtbank oordeelt dat de verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij te goeder trouw was in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Het verwijtbaar handelen bestaat uit het toestaan van de exploitatie van de onderneming zonder toezicht en het niet ondernemen van stappen om de schulden te beperken of terug te vorderen. De verzoekster heeft geen onderzoek gedaan naar de schuldenlast en heeft geen aansprakelijkheid gesteld aan haar ex-partner of andere betrokkenen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen, omdat de schulden niet zijn ontstaan door psychosociale problemen of verslaving, maar door naïviteit en vertrouwen in haar ex-partner. De financiële situatie is inmiddels gestabiliseerd na de scheiding. Gelet hierop wijst de rechtbank het verzoek af op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw.