Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[gedaagde 1],
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een civiele procedure tussen eiseres en gedaagde partijen over een onrechtmatige daad en aansprakelijkheid in verband met de verkoop van een bedrijfspand. Eiseres en haar familie waren vennoten in een VOF en betoogden dat gedaagde partijen onrechtmatig hebben geprofiteerd van wanprestatie van hun zoon bij de verkoop van het pand.
Eerder was een procedure gevoerd waarin de vorderingen van eiseres werden afgewezen en deze uitspraak was in kracht van gewijsde gegaan. Eiseres stelde dat de huidige vordering anders was geformuleerd en dat nieuwe feiten en omstandigheden waren aangevoerd die destijds niet bekend waren.
De rechtbank oordeelde dat het onderliggende geschilpunt in beide procedures hetzelfde was en dat het gezag van gewijsde van het eerdere vonnis in de weg stond aan de huidige vordering. Ook mocht er geen nieuw bewijs worden ingebracht over dezelfde rechtsbetrekking. Daarom werden de vorderingen afgewezen en werd eiseres veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens gezag van gewijsde van eerder vonnis; eiseres veroordeeld in proceskosten.