Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De vordering van de officier van justitie
4.De voorvragen
5.De beoordeling van het bewijs
primair: feitelijk leiding/opdracht heeft gegeven aan Jachtstaete BV, de [stichting] en EC Holding BV terzake van bedrieglijke bankbreuk door Jachtstaete BV en EC Holding BV door op 4 november 2011 (onverplicht en/of zonder tegenprestatie) € 2.500.000,-- over te boeken van de bankrekening van Jachtstaete BV naar de bankrekening van de [stichting] en vervolgens op 19 december 2011 dat geldbedrag door te storten op een bankrekening van [bedrijf] Notariaat, welke betalingen in de administratie van EC Holding BV zijn verwerkt als een aflossing op de rekening-courant schuld van [verdachte A] in privé aan EC Holding BV en niet als een terugbetaling van de schuld van de [stichting] aan Jachtstaete, ten gevolge waarvan dit bedrag het vermogen van Jachtstaete en/of EC Holding BV heeft verlaten;
subsidiair: tezamen en in vereniging met [verdachte A] , Jachtstaete BV, de [stichting] en EC Holding BV genoemde bedrieglijke bankbreuk heeft gepleegd;
meer subsidiair: medeplichtig is geweest bij/ aan bedrieglijke bankbreuk door [verdachte A] ;
nog meer subsidiair: feitelijk leiding/opdracht heeft gegeven aan de [stichting] terzake van medeplichtigheid aan/bij bedrieglijke bankbreuk door [verdachte A] ;
meest subsidiair:feitelijk leiding/ opdracht heeft gegeven aan de [stichting] ter zake van het opzettelijk witwassen van een geldbedrag van € 2.500.000,--, althans feitelijk leiding heeft gegeven aan de [stichting] ter zake van het opzettelijk witwassen van een geldbedrag van € 2.500.000,--.
Besluit 1.
subsidiair:medeplichtig is geweest aan/bij genoemde bedrieglijke bankbreuk door [verdachte A] ;
nog meer subsidiair:tezamen en in vereniging met [verdachte A] en de [stichting] gewoontewitwassen heeft gepleegd;
€ 12.460.687,--
primair:tezamen en in vereniging met [verdachte A] en EC Holding BV en [bedrijf verdachte D] BV bedrieglijke bankbreuk heeft gepleegd in het faillissement van EC Holding BV door:
- het opmaken van een geldleningsovereenkomst met een looptijd van 3 jaren tussen EC Holding BV en [bedrijf verdachte D] BV voor een bedrag van € 2.050.000,-- gedateerd 4 januari 2011, in welke overeenkomst geen zekerheden worden gesteld;
- het opmaken van een pandrechtovereenkomst, gedateerd 3 januari 2011, in welke overeenkomst wordt vermeld:
subsidiairfeitelijk leiding/ opdracht heeft gegeven aan EC Holding BV en [bedrijf verdachte D] BV ter zake het plegen van bedrieglijke bankbreuk;
meer subsidiairmedeplichtig is geweest aan/ bij EC Holding BV en [verdachte A] ter zake het plegen van bedrieglijke bankbreuk;
nog meer subsidiair:feitelijk leiding/ opdracht heeft gegeven aan [bedrijf verdachte D] BV ter zake van medeplichtigheid bij/ aan bedrieglijke bankbreuk gepleegd door EC Holding BV.
- onder feit 1 primair, subsidiair, meer subsidiair, nog meer subsidiair en meest subsidiair,
- onder feit 2 primair, subsidiair, meer subsidiair, nog meer subsidiair en cumulatief/ alternatief en
- onder feit 3 primair, subsidiair, meer subsidiair en nog meer subsidiair is tenlastegelegd,