ECLI:NL:RBOVE:2016:5059
Rechtbank Overijssel
- Voorlopige voorziening
- W.F. Bijloo
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor verwijderen uitweg naar provinciale weg
Verzoeker exploiteert een bedrijf en heeft een uitweg aan de achterkant van zijn perceel naar de afrit van de N348 aangelegd. Verweerder legde een last onder dwangsom op om deze uitweg te verwijderen omdat deze in strijd is met artikel 6, eerste lid, van de Regeling uitwegen van de provincie Overijssel. Verzoeker stelde dat ontsluiting via de gemeentelijke weg niet mogelijk is voor grotere voertuigen en nooddiensten en dat de uitweg noodzakelijk is voor zijn bedrijfsvoering.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het gebruik van de uitweg reeds 20 jaar plaatsvindt, maar dat dit geen grond is om af te zien van handhaving. De Regeling stelt dat een uitweg alleen mag worden aangelegd indien het perceel niet via een andere weg bereikbaar is. Omdat het perceel via de gemeentelijke weg bereikbaar is, is de aanleg van de uitweg in strijd met de Regeling. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden of concreet zicht op legalisatie die handhaving zouden kunnen verhinderen.
De voorzieningenrechter vindt dat de last onder dwangsom rechtmatig is opgelegd en dat de begunstigingstermijn niet te kort is. De uitvoering van de last in de wintertijd is weliswaar niet ideaal, maar niet onmogelijk. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.