ECLI:NL:RBOVE:2016:5303
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregelingen wegens niet-nakoming verplichtingen
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregelingen van [A] en [B], ingediend door de bewindvoerder. De bewindvoerder stelde dat de schuldenaren hun informatieverplichtingen niet nakwamen, nieuwe schulden hadden laten ontstaan en een achterstand hadden in de afdracht aan de boedel.
Tijdens de zitting erkenden [A] en [B] de tekortkomingen in het nakomen van hun informatieverplichtingen en de achterstand in boedelafdracht. Zij gaven aan dat de combinatie van werk en zorg voor vier kinderen hen belemmerde om adequaat te reageren op de verzoeken van de bewindvoerder. Desondanks oordeelde de rechtbank dat het verstrekken van informatie een relatief eenvoudige verplichting is die zij hadden moeten naleven, eventueel met hulp van derden.
De rechtbank constateerde dat er een nieuwe schuld aan de belastingdienst van €1.684,- was ontstaan en een boedelschuld van €670,25. Gezien het ontbreken van mogelijkheden om deze schulden af te lossen, achtte de rechtbank een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregelingen niet langer mogelijk.
Op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro c en d van de Faillissementswet besloot de rechtbank de schuldsaneringsregelingen tussentijds te beëindigen en stelde vast dat [A] en [B] in staat van faillissement zullen verkeren zodra het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld op €2.610,88 en ten laste van de boedel gebracht.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregelingen tussentijds wegens niet-nakoming van verplichtingen en stelt het faillissement van [A] en [B] vast.