ECLI:NL:RBOVE:2016:5304
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende nakoming
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van [A], een arbeidsongeschikte man met een WIA-uitkering en een schuldenlast van €20.896,52, om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling toe te passen.
Tijdens de zitting bleek dat [A] eigenaar of mede-eigenaar is van een woning in Turkije met een waarde tussen €30.000 en €40.000, die hij niet wenst te verkopen om zijn schulden af te lossen. Tevens ontvangt hij huurinkomsten uit deze woning, welke niet zijn aangewend voor schuldbetaling. Dit werd pas ter zitting bekend, terwijl het verzoekschrift hierover niets vermeldde.
De rechtbank oordeelde dat de goede trouw van [A] bij het onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek niet aannemelijk is. Daarnaast achtte de rechtbank onvoldoende aannemelijk dat [A] zijn verplichtingen tijdens de schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen. Op grond hiervan wees de rechtbank het verzoek af op basis van artikel 288 lid 1 onder Pro b en c van de Faillissementswet. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat het verzoek ook op andere gronden werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende aannemelijkheid van nakoming.