ECLI:NL:RBOVE:2016:5307
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoekster, een gescheiden vrouw met vier kinderen en een PW-uitkering, verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van €195.386,89, waaronder aanzienlijke schulden aan de gemeente en Menzis Zorgkantoor.
De schuld aan Menzis Zorgkantoor betrof terugvordering van PGB-gelden die waren bestemd voor de zorg van haar autistische zoon. Verzoekster en haar ex-echtgenoot waren gemachtigd over de rekening waarop deze gelden binnenkwamen, maar er was onvoldoende verantwoording over de besteding van deze gelden. Ook was onduidelijk of bezwaar was gemaakt tegen de terugvordering.
De schuld aan de gemeente betrof een herzienings- en terugvorderingsbesluit wegens het niet doorgeven van inkomsten uit het PGB. Verzoekster kon niet aantonen dat bezwaar of beroep had geleid tot vermindering van deze schuld.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster niet te goeder trouw was in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek, met name ten aanzien van de schulden aan Menzis Zorgkantoor en de gemeente. Omstandigheden die tot een uitzondering konden leiden waren niet aannemelijk gemaakt. Daarom werd het verzoek tot schuldsaneringsregeling afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw.