Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoeker] ,
Het procesverloop
De beoordeling
- Woningstichting De Woonplaats, € 1.823,66, ontstaan in 2014, en
- Mediquard, € 3.301,83, ontstaan in 2014.
Rechtbank Overijssel
Verzoeker, een alleenstaande man met een nul-urencontract en aanvullende WWB-uitkering, vroeg toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling aan vanwege een schuldenlast van ruim €27.000. De meeste schulden dateren van twintig jaar geleden, maar een schuld aan de woningstichting ontstond in 2014 door niet-betaalde huur.
Verzoeker verklaarde dat hij zijn vriendin in het buitenland financieel heeft ondersteund met circa €3.000 om naar Nederland te komen. Deze financiële steun leidde ertoe dat hij zijn huur niet meer kon betalen, waardoor nieuwe schulden ontstonden.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker verkeerde prioriteiten stelde door geld aan zijn vriendin te geven terwijl hij al problematische schulden had. Hierdoor is onvoldoende aannemelijk dat hij te goeder trouw was in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Ook omstandigheden die een uitzondering op deze vereiste zouden kunnen vormen, zijn niet bewezen.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot schuldsanering af op grond van artikel 288 lid 1 sub b van Pro de Faillissementswet.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw.