Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- het tussenvonnis van 17 februari 2016
- de akte overlegging producties van de zijde van de curator.
2.De verdere beoordeling
1.447,50(1,02,5 punt × tarief € 579,00)
Rechtbank Overijssel
De curator in de faillissementen van twee vennootschappen vordert betaling van gedaagde wegens ongerechtvaardigde verrijking. Het geschil betreft twee facturen voor werkzaamheden aan de woning van gedaagde, uitgevoerd door PNKB, een klusbedrijf.
Na een tussenvonnis over de eerste factuur staat nu de tweede factuur van €4.097,93 centraal. De curator overlegt schriftelijke getuigenverklaringen van drie betrokkenen die bevestigen dat gedaagde opdracht gaf voor extra werkzaamheden en akkoord ging met de meerkosten.
Gedaagde heeft geen verweer gevoerd, zodat de rechtbank de verklaringen als juist aanneemt. De rechtbank oordeelt dat de factuur terecht betrekking heeft op overeengekomen werkzaamheden en dat PNKB gerechtigd was de meerkosten in rekening te brengen.
De vordering tot betaling van in totaal €36.853,50 wordt toegewezen, met rente vanaf de dag van dagvaarding. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €36.853,50 wegens ongerechtvaardigde verrijking met rente vanaf dagvaarding en in proceskosten.