De werknemer, sinds 2005 in dienst als conciërge bij Stichting Het Assink Lyceum, werd geconfronteerd met een politieonderzoek wegens het aantreffen van 47 hennepplanten in zijn woning, wat leidde tot zijn schorsing en het verzoek tot ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst door de werkgever.
De werkgever stelde dat het verwijtbaar handelen van de werknemer, en de daarmee gepaard gaande negatieve beeldvorming, het voortzetten van de arbeidsovereenkomst onredelijk maakte. De werknemer betwistte dit en voerde aan dat het handelen in de privésfeer plaatsvond en dat de gevreesde gevolgen niet aannemelijk waren.
De kantonrechter oordeelde dat het aantreffen van de hennepplanten en de bekendheid daarvan binnen de schoolomgeving een redelijke grond voor ontbinding vormden. Hoewel de werknemer ziekgemeld was, stond dit niet aan ontbinding in de weg. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 mei 2016.
Ten aanzien van de transitievergoeding werd vastgesteld dat de werknemer recht had op een aanvullende WW-uitkering (WOVO) op grond van de toepasselijke CAO, waardoor geen transitievergoeding verschuldigd was. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.