De rechtbank Overijssel behandelde op 8 maart 2016 het verzoek van Stichting GeenPeil en een inwoner van Oldenzaal om voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal om vijf stembureaus in te stellen voor het raadgevend referendum over de Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne.
Verzoeksters wilden dat het aantal stembureaus gelijk zou zijn aan dat van de Tweede Kamerverkiezingen, namelijk zeventien. De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit van de gemeente een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is en dat verzoekster als belanghebbende kan worden aangemerkt. Het spoedeisend belang werd erkend omdat de stempassen nog aangepast konden worden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de gemeente een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het bepalen van het aantal stembureaus en dat het besluit om vijf stembureaus in te stellen niet onredelijk is. Ook is rekening gehouden met toegankelijkheid voor minder-validen en is het stemmen eenvoudiger dan bij reguliere verkiezingen. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.