Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
Rechtbank Overijssel
In deze civiele zaak tussen eiseres en gedaagden heeft de voorzieningenrechter een verzoek tot verbetering van het vonnis van 7 maart 2016 behandeld. Het verzoek betrof een kennelijke schrijffout in de beslissing onder 5.4, waar ten onrechte werd verwezen naar de hoofdveroordelingen onder 5.1 en/of 5.2, terwijl dit had moeten zijn 5.2 en/of 5.3.
Namens eiseres werd dit verzoek ingediend op 8 maart 2016, terwijl gedaagden niet akkoord gingen met deze verbetering omdat zij niet wilden meewerken aan hun eigen veroordeling. De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 31 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent, te allen tijde kan worden verbeterd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat sprake was van een dergelijke kennelijke schrijffout en wees het verzoek toe. De verbetering werd vastgesteld dat in de beslissing onder 5.4 de verwijzing "5.1 en/of 5.2" wordt gewijzigd in "5.2 en/of 5.3". Deze wijziging wordt op de minuut van het oorspronkelijke vonnis van 7 maart 2016 vermeld onder de datum 11 maart 2016.
Het herstelvonnis werd uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2016 door rechter T.R. Hidma. Daarmee is de fout in het vonnis formeel hersteld en is de juiste verwijzing in de beslissing vastgelegd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter heeft de kennelijke schrijffout in het vonnis van 7 maart 2016 hersteld door de verwijzing in beslissing 5.4 te corrigeren.