Eiser, een voormalig adviseur in beleggingen, heeft een saneringsvoorstel gedaan aan zijn schuldeisers om ongeveer 37% van zijn totale schuldenlast van € 785.134,55 over zeven jaar te voldoen. Alle schuldeisers behalve ICS hebben het voorstel ondertekend. ICS weigert in te stemmen en heeft conservatoir derdenbeslag gelegd op bankrekeningen van eiser.
Eiser vordert in kort geding dat ICS wordt verplicht in te stemmen met het saneringsvoorstel en dat het beslag wordt opgeheven. ICS voert verweer en stelt onder meer dat het voorstel onvoldoende onderbouwd is, niet onafhankelijk is opgesteld en dat haar vordering van circa € 26.000,- uit een concreet consumptief krediet rechtens toewijsbaar is.
De voorzieningenrechter benadrukt dat een schuldeiser in beginsel vrij is een buitengerechtelijk akkoord te weigeren en dat slechts onder zeer bijzondere omstandigheden een rechter kan bevelen tot instemming. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat ICS naar redelijkheid niet tot weigering kon komen. Het saneringsvoorstel mist waarborgen die de Faillissementswet biedt, en ICS heeft een gerechtvaardigd belang bij weigering.
De vordering tot medewerking aan het saneringsvoorstel en tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten en de kosten van de procedure worden gespecificeerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.