Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling
6.De beslissing
€ 92,- (tweeënnegentig euro)per maand, voor de toekomst telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
Rechtbank Overijssel
De man en vrouw, voormalige partners met een gezamenlijk minderjarig kind, verzochten de rechtbank om wijziging van de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding. De man vroeg een verlaging van de bijdrage wegens inkomensverlies na ontslag bij defensie, terwijl de vrouw dit betwistte en een hogere bijdrage vorderde.
De rechtbank stelde vast dat het kind een behoefte heeft van €464,45 per maand. De draagkracht van beide ouders werd berekend aan de hand van hun huidige en redelijke toekomstige inkomsten. De man kon niet meer het oude defensie-inkomen verdienen en zijn inkomensverlies werd als niet-verwijtbaar en niet voor herstel vatbaar beoordeeld. Ook de vrouw had een inkomensvermindering die niet voor herstel vatbaar was, gelet op haar zorg voor het kind.
De rechtbank hield geen rekening met de door de man opgevoerde schuldlast wegens onvoldoende bewijs. De draagkracht van de man werd vastgesteld op €207 en die van de vrouw op €255 per maand. Gezien de gezamenlijke draagkracht lager was dan de behoefte, werd de bijdrage van de man vastgesteld op €92 per maand, rekening houdend met een zorgkorting. De wijziging gaat in per 21 oktober 2015. Elke partij draagt zijn eigen proceskosten.
Uitkomst: De bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarige kind wordt gewijzigd naar €92 per maand met ingang van 21 oktober 2015.